BWBR0028743
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 297
Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
... 1 De rechter in eerste aanleg benoemt insgelijks een voogd, wanneer voorziening nodig is wegens: a. tijdelijke onmogelijkheid, waarin een voogd zich bevindt, het gezag uit te oefenen, b. onbekendheid van bestaan of verblijfplaats van de voogd, of c. in gebreke blijven van de voogd, het gezag uit te oefenen. 2 Is de benoeming op het eerste lid, onderdeel c, gegrond, dan kan de rechter de benoemde voogd een beloning toekennen en is de in gebreke gebleven voogd jegens de minderjarige aansprakelijk voor de kosten die de vervanging veroorzaakt, alsmede, behoudens zijn verhaal op de benoemde voogd, voor diens verrichtingen. 3 Zodra de in het eerste lid genoemde omstandigheden zijn vervallen, wordt de benoemde voogd op eigen verzoek of op verzoek van degene die hij vervangt, door de rechter in eerste aanleg ontslagen, tenzij gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd.