BWBR0028743
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 269
Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
... 1 Indien de rechter in eerste aanleg het in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt, kan hij een ouder van het ouderlijk gezag over een of meer van zijn kinderen ontzetten, op grond van: a. misbruik van het gezag, of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen; b. slecht levensgedrag; c. onherroepelijke veroordeling: 1° wegens opzettelijke deelneming aan enig misdrijf met een onder zijn gezag staande minderjarige; 2° wegens het plegen tegen de minderjarige van een van de misdrijven, omschreven in de titels XIII tot en met XV en XVIII tot en met XX van Boek 2 van het Wetboek van Strafrecht BES ; 3° tot een vrijheidsstraf van twee jaar of langer; d. het in ernstige mate veronachtzamen van de aanwijzingen van de gezinsvoogd of belemmeren van een krachtens de artikelen 262 en 263 bevolen opneming; e. het bestaan van gegronde vrees voor verwaarlozing van de belangen van het kind, doordat de ouder het kind terugeist of terugneemt van anderen, die diens verzorging en opvoeding op zich hebben genomen. 2 Onder misdrijf wordt in dit artikel begrepen medeplichtigheid aan en poging tot misdrijf.