BWBR0028743
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 232l
Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
l ... 1 In geval van interlandelijke adoptie van een kind dat zijn gewone verblijfplaats in een openbaar lichaam heeft door echtgenoten of een persoon die hun gewone verblijfplaats hebben in een andere staat die partij is bij het verdrag, stelt de centrale autoriteit het in artikel 16 van het verdrag bedoelde rapport omtrent het kind op. Zij wint daartoe het advies in van de voogdijraad. Zij doet zich de op grond van artikel 4 van het verdrag vereiste toestemmingen door tussenkomst van de voogdijraad toekomen op bij regeling van Onze Minister vast te stellen formulieren. Zij bepaalt of met de voorgenomen plaatsing het hoogste belang van het kind is gediend. 2 De centrale autoriteit doet het in het eerste lid bedoelde rapport, alsmede de in artikel 16, tweede lid, van het verdrag bedoelde bescheiden toekomen aan de centrale autoriteit van de staat van opvang.