BWBR0028571
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2f
Wet toelating en uitzetting BES
f Geen andere versie om mee te vergelijken 1 De aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf geschiedt: a. bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of van bestendig verblijf dan wel, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, door de vreemdeling in persoon; b. bij Onze Minister door een referent. 2 De machtiging tot voorlopig verblijf wordt bij de vertegenwoordiging dan wel het Kabinet, bedoeld in het eerste lid, aan de vreemdeling in persoon afgegeven. 3 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken vrijstelling dan wel ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.