BWBR0028571
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 16b
Wet toelating en uitzetting BES
b Geen andere versie om mee te vergelijken 1 Onze Minister kan de vreemdeling uitzetten: a. die geen toelating van rechtswege heeft; b. die geen verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft; c. aan wie het niet is toegestaan de beslissing omtrent een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd in de openbare lichamen af te wachten, en d. die niet binnen een bij deze wet gestelde termijn de openbare lichamen uit eigen beweging heeft verlaten. 2 Indien de werking van de beschikking waarbij de aanvraag is afgewezen of waarbij de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd is ingetrokken is opgeschort, kan van de vreemdeling medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van de uitzetting. 3 Uitzetting blijft achterwege zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen.