BWBR0028571
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 15c
Wet toelating en uitzetting BES
c Geen andere versie om mee te vergelijken 1 Indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert, kan, met het oog op de uitzetting, door Onze Minister in bewaring worden gesteld de vreemdeling die: a. geen toelating van rechtswege en geen verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft; b. het op grond van een besluit van Onze Minister of een rechterlijke beslissing is toegestaan de beslissing omtrent een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd in de openbare lichamen af te wachten. 2 Indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn, wordt het belang van de openbare orde geacht de bewaring van de vreemdeling te vorderen, tenzij de vreemdeling toelating van rechtswege heeft gehad of een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft gehad. 3 Bewaring van een vreemdeling blijft achterwege indien en wordt beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft de openbare lichamen te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat. 4 Bewaring krachtens het eerste lid, onder b, of het tweede lid, duurt in geen geval langer dan vier weken.