BWBR0028542
Artikel 7
Wet medisch tuchtrecht BES
1 De maatregelen, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 6, zijn:
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. oplegging van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen
geldboete;
d. schorsing in de uitoefening van de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk
de artsenijbereidkunde voor ten hoogste één jaar;
e. voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde,
onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde;
f. gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid om de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde,
onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde uit te oefenen;
g. ontzegging van de bevoegdheid om de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk
de artsenijbereidkunde uit te oefenen.
2 De geldboete, bedoeld in het eerste lid onder c, komt ten bate van het openbaar lichaam.
3 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt niet tenuitvoergelegd,
dan nadat het College dat de maatregel heeft opgelegd, zulks heeft gelast op grond
dat de betrokkene binnen een bij die oplegging bepaalde proeftijd van ten hoogste
twee jaar een gestelde voorwaarde niet is nagekomen.
4 Indien een geldboete wordt opgelegd, kunnen in de beslissing twee of meer termijnen
worden vastgesteld, waarin zij moet worden voldaan. De invordering van de boete geschiedt
met overeenkomstige toepassing van de wettelijke regelingen die gelden ter zake van
de invordering van belastingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging
inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen.
5 Indien de beroepsbeoefenaar staat ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, kan het College in het belang van de individuele gezondheidszorg bij het opleggen
van een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, besluiten tot openbaarmaking
in dat register van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij
berust.
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. oplegging van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen
geldboete;
d. schorsing in de uitoefening van de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk
de artsenijbereidkunde voor ten hoogste één jaar;
e. voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde,
onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde;
f. gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid om de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde,
onderscheidenlijk de artsenijbereidkunde uit te oefenen;
g. ontzegging van de bevoegdheid om de geneeskunde, tandheelkunst, verloskunde, onderscheidenlijk
de artsenijbereidkunde uit te oefenen.
2 De geldboete, bedoeld in het eerste lid onder c, komt ten bate van het openbaar lichaam.
3 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt niet tenuitvoergelegd,
dan nadat het College dat de maatregel heeft opgelegd, zulks heeft gelast op grond
dat de betrokkene binnen een bij die oplegging bepaalde proeftijd van ten hoogste
twee jaar een gestelde voorwaarde niet is nagekomen.
4 Indien een geldboete wordt opgelegd, kunnen in de beslissing twee of meer termijnen
worden vastgesteld, waarin zij moet worden voldaan. De invordering van de boete geschiedt
met overeenkomstige toepassing van de wettelijke regelingen die gelden ter zake van
de invordering van belastingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging
inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen.
5 Indien de beroepsbeoefenaar staat ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, kan het College in het belang van de individuele gezondheidszorg bij het opleggen
van een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, besluiten tot openbaarmaking
in dat register van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij
berust.