BWBR0028542
Artikel 6
Wet medisch tuchtrecht BES
1 Ten aanzien van een geneeskundige, een tandheelkundige, een verloskundige of een apotheker,
die de gewoonte maakt van drankmisbruik, misbruik van verdovende middelen als bedoeld
in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling, of
misbruik van die pharmacologische middelen, waarbij psychische veranderingen kunnen
optreden, wordt de maatregel vermeld in artikel 7, eerste lid, onder g, toegepast.
2 Het College kan bepalen, dat de ontzegging niet zal ingaan, mits de betrokkene zich
onderwerpt aan een ontwenningskuur, de duur van twee jaar en zes maanden niet te boven
gaande, en hij tijdens de duur daarvan geen gebruik maakt van zijn bevoegdheid. De
ontzegging zal alsnog ingaan, wanneer het College zulks gelast op grond dat de betrokkene
een ontwenningskuur, voorgeschreven door een ten genoegen van het College door hem
te kiezen geneeskundige, binnen een door het College te stellen termijn niet naleeft
of op grond dat hij geneeskunst, tandheelkunst, de verloskunde onderscheidenlijk de
artsennijbereidkunde uitoefent voordat de geneeskundige, die de kuur heeft voorgeschreven,
in overleg met de Inspectie gezondheidszorg en jeugd de kuur heeft beëindigd verklaard.
Gelijke last kan het College geven op grond dat de betrokkene in gebreke blijft binnen
de door het College gestelde termijn een geneeskundige ten genoegen van het College
te kiezen.
3 Het voorschrift, regelende de ontwenningskuur, kan zo nodig inhouden, dat de betrokkene
zich gedurende een bepaald tijdsverloop, de duur van twee jaren niet te boven gaande,
ter verpleging laat opnemen in een daarbij aan te wijzen inrichting.
4 Met het toezicht op de naleving van de gegeven voorschriften zijn de ambtenaren van
de Inspectie gezondheidszorg en jeugd belast.
die de gewoonte maakt van drankmisbruik, misbruik van verdovende middelen als bedoeld
in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling, of
misbruik van die pharmacologische middelen, waarbij psychische veranderingen kunnen
optreden, wordt de maatregel vermeld in artikel 7, eerste lid, onder g, toegepast.
2 Het College kan bepalen, dat de ontzegging niet zal ingaan, mits de betrokkene zich
onderwerpt aan een ontwenningskuur, de duur van twee jaar en zes maanden niet te boven
gaande, en hij tijdens de duur daarvan geen gebruik maakt van zijn bevoegdheid. De
ontzegging zal alsnog ingaan, wanneer het College zulks gelast op grond dat de betrokkene
een ontwenningskuur, voorgeschreven door een ten genoegen van het College door hem
te kiezen geneeskundige, binnen een door het College te stellen termijn niet naleeft
of op grond dat hij geneeskunst, tandheelkunst, de verloskunde onderscheidenlijk de
artsennijbereidkunde uitoefent voordat de geneeskundige, die de kuur heeft voorgeschreven,
in overleg met de Inspectie gezondheidszorg en jeugd de kuur heeft beëindigd verklaard.
Gelijke last kan het College geven op grond dat de betrokkene in gebreke blijft binnen
de door het College gestelde termijn een geneeskundige ten genoegen van het College
te kiezen.
3 Het voorschrift, regelende de ontwenningskuur, kan zo nodig inhouden, dat de betrokkene
zich gedurende een bepaald tijdsverloop, de duur van twee jaren niet te boven gaande,
ter verpleging laat opnemen in een daarbij aan te wijzen inrichting.
4 Met het toezicht op de naleving van de gegeven voorschriften zijn de ambtenaren van
de Inspectie gezondheidszorg en jeugd belast.