BWBR0028455
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 26
Wet administratieve rechtspraak BES
... 1 Degene die door het Gerecht als mede- of derde-belanghebbende wordt aangemerkt, wordt partij in de behandeling. De griffier zendt onverwijld een afschrift van het beroepschrift en het verweerschrift aan deze partij. 2 De griffier deelt de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, mee dat hij binnen een termijn van vier weken schrifturen en bewijsstukken, die hij voor de behandeling van het beroepschrift dienstig acht, kan indienen. Deze termijn kan door het Gerecht worden verlengd zo dikwijls het belang van de behandeling van het beroepschrift dat naar zijn oordeel vordert. 3 Indien er naar het vermoeden van het Gerecht onbekende derde-belanghebbenden zijn, kan het Gerecht de griffier opdragen dat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, tevens wordt gedaan door aankondiging in de Staatscourant. De laatste volzin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4 De schrifturen moeten door de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, of zijn gemachtigde worden ondertekend. Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat twee afschriften van de schrifturen moeten worden bijgevoegd. 5 De griffier tekent op de schrifturen de dag van ontvangst aan en zendt onverwijld een afschrift daarvan aan de indiener van het beroepschrift en het bestuursorgaan.