Artikel 1
De lijken van onvermogenden worden, voor zooveel kerk- of armbestuur of andere instellingen daarvoor niet zorgen, op kosten van de staat begraven op de begraafplaats door den overledene tijdens leven of anders door diens verwanten aan den betrokken ambtenaar van den burgerlijken stand opgegeven; en bijaldien zulks niet mogelijk is of geene opgave geschied is, op de begraafplaats door genoemden ambtenaar bepaald, die daarbij zooveel mogelijk met de godsdienstige gevoelens van den overledene rekening zal houden.