1. Binnen drie maanden na de indiening van het verzoek neemt Onze Minister een beslissing.
2. Indien Onze Minister van oordeel is dat de in artikel 5 bedoelde voorwaarden voor aansluiting onredelijk zijn dan wel dat de medewerking voor koppeling had moeten worden verleend, kan Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in
artikel 32, eerste lid, van de wet geven. De houder van de concessie is verplicht deze aanwijzing op te volgen.