BWBR0028292
Artikel 12
Vaartuigenwet 1930 BES
Nadat door een daartoe bevoegd persoon is geconstateerd niet-nakoming van een der
bepalingen van de artikelen 2 of 3, of – voor zoover de eigenaar tevens schipper is – van de artikelen 6, 8, of 15a, vijfde lid, is de ambtenaar, door wien de in artikel 6 bedoelde vergunning is afgegeven, bevoegd
die schriftelijk onder opgave van redenen in te trekken, met bepaling dat gedurende
een daarbij te bepalen termijn van ten hoogte drie maanden van af den dag van het
constateeren der niet-nakoming geen nieuwe vergunning aan den betrokken eigenaar zal
worden afgegeven.
bepalingen van de artikelen 2 of 3, of – voor zoover de eigenaar tevens schipper is – van de artikelen 6, 8, of 15a, vijfde lid, is de ambtenaar, door wien de in artikel 6 bedoelde vergunning is afgegeven, bevoegd
die schriftelijk onder opgave van redenen in te trekken, met bepaling dat gedurende
een daarbij te bepalen termijn van ten hoogte drie maanden van af den dag van het
constateeren der niet-nakoming geen nieuwe vergunning aan den betrokken eigenaar zal
worden afgegeven.