BWBR0028278
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 561
Wetboek van Koophandel BES
... 1 De ambtenaar van aanmonstering stelt na afloop van de monstering het monsterboekje in handen van de kapitein; deze geeft het de schepeling terug bij het einde van de dienst aan boord van het schip. 2 De kapitein vermeldt in het boekje de datum waarop en de plaats waar de dienst aan boord van het schip is geëindigd. Deze vermelding wordt, indien de kapitein of de schepeling zulks verzoekt, door de ambtenaar van aanmonstering voor gezien getekend. 4 De Commissie van Onderzoek, als bedoeld in artikel 26 bis van de Schepenwet , is bevoegd, op verzoek van de zeewerkgever, de Inspecteur voor de Scheepvaart gehoord, het monsterboekje gedurende de tijd van ten hoogste één jaar in te houden, ingeval de schepeling de overeenkomst onrechtmatig heeft doen eindigen. De schepeling wordt vooraf opgeroepen om te worden gehoord; hij mag ook verschijnen bij een bijzonder gemachtigde of vergezeld van een raadsman. 5 De ambtenaar van aanmonstering kan het monsterboekje gedurende de tijd van ten hoogste drie jaar inhouden, ingeval de schepeling bij rechterlijk vonnis, in het Koninkrijk of in het buitenland gewezen, onherroepelijk veroordeeld is geworden wegens het door de wetten van het betreffende land strafbaar gestelde, onbevoegd in- of uitvoeren van in die wetten bepaalde verdovende middelen en er sinds de dagtekening van vorenbedoeld vonnis geen vijf jaren verstreken zijn. 6 De officier van Justitie verschaft aan de ambtenaar van aanmonstering inlichtingen omtrent de namen der personen die bij rechterlijk vonnis onherroepelijk veroordeeld zijn geworden wegens het onbevoegd in- of uitvoeren van verdovende middelen. 7 De bevoegdheid van de zeewerkgever tot het doen van het verzoek vervalt door verloop van één maand na het eindigen van de arbeidsovereenkomst in een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba en van zes maanden na het eindigen van die overeenkomst buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.