BWBR0028278
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 498
Wetboek van Koophandel BES
... 1 Een minderjarige is bekwaam als schepeling overeenkomsten aan te gaan, indien hij daartoe door zijn wettelijke vertegenwoordiger, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, is gemachtigd. 2 Een mondelinge machtiging strekt slechts tot het aangaan van een bepaalde overeenkomst. Zij wordt verleend in tegenwoordigheid van de zeewerkgever of van degene, die namens deze handelt. Zij mag niet voorwaardelijk worden verleend. 3 Indien de machtiging schriftelijk is verleend, is de minderjarige verplicht de volmacht ter hand te stellen aan de zeewerkgever, die de minderjarige onverwijld een gewaarmerkt afschrift daarvan doet toekomen en de volmacht bij het einde van de dienstbetrekking aan de minderjarige of diens rechtverkrijgenden teruggeeft. 4 Voor zover zulks niet door het stellen van bepaalde voorwaarden in de machtiging uitdrukkelijk is uitgesloten, staat de minderjarige in alles, wat betrekking heeft op de overeenkomst, door hem ingevolge de verleende machtiging aangegaan, met een meerderjarige gelijk. Echter mag hij niet in rechte verschijnen zonder bijstand van zijn wettelijke vertegenwoordiger, behalve wanneer aan de rechter gebleken is, dat de wettelijke vertegenwoordiger niet bij machte is zich te verklaren.