BWBR0028278
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 284
Wetboek van Koophandel BES
... 1 De houder van een cheque, waarvan de non-betaling door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring is vastgesteld, heeft in geen geval enig recht op het fonds, dat de betrokkene van de trekker in handen heeft. 2 Bij faillissement van de trekker behoren die penningen aan diens boedel. 3 De houder is bevoegd om van degene, tegen wie hij zijn recht van regres uitoefent, te vorderen: 1°. de som van de niet-betaalde cheque; 2°. de wettelijke interesten, te rekenen van de dag der aanbieding, voor cheques die in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der aanbieding, voor alle overige cheques; 3°. de kosten van protest of van de daarmede gelijkstaande verklaring, die van de gedane kennisgevingen, alsmede de andere kosten. 4 Hij, die ter voldoening aan zijn regresplicht de cheque heeft betaald, mag van degenen, die tegenover hem regresplichtig zijn, vorderen: 1°. het gehele bedrag, dat hij betaald heeft; 2°. de wettelijke interesten, te rekenen van de dag der betaling, voor cheques die in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der betaling, voor alle overige cheques; 3°. de door hem gemaakte kosten. 5 Iedere chequeschuldenaar, tegen wie het recht van regres wordt of mag worden uitgeoefend, is bevoegd om, tegen betaling ter voldoening aan zijn regresplicht, de afgifte te vorderen van de cheque met het protest, of van de daarmede gelijkstaande verklaring, alsmede van een voor voldaan getekende rekening. 6 Iedere endossant, die ter voldoening aan zijn regresplicht, de cheque heeft betaald, mag zijn endossement en dat van de volgende endossanten doorhalen.