BWBR0028278
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 249
Wetboek van Koophandel BES
... 1 De cheque behelst: 1°. de benaming «cheque», opgenomen in de tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld; 2°. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som; 3°. de naam van degene, die betalen moet (betrokkene); 4°. de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden; 5°. de vermelding van de dagtekening, alsmede van de plaats, waar de cheque is getrokken; 6°. de handtekening van degene, die de cheque uitgeeft (trekker). 2 De titel, waarin één der vermeldingen, in het voorgaande lid aangegeven, ontbreekt, geldt niet als cheque, behoudens in de hieronder genoemde gevallen. 3 Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing, wordt de plaats, aangegeven naast de naam van de betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling. Indien meer plaatsen zijn aangegeven naast de naam van de betrokkene, is de cheque betaalbaar in de eerstaangegeven plaats. 4 Bij gebreke van die aanwijzingen of van iedere andere aanwijzing, is de cheque betaalbaar in de plaats, waar het hoofdkantoor van de betrokkene is gevestigd. 5 De cheque, welke niet de plaats aanwijst, waar zij is getrokken, wordt geacht te zijn ondertekend in de plaats, aangegeven naast de naam van de trekker.