BWBR0028251
Artikel 3
Vuurwapenwet BES
1 Het is verboden een vuurwapen of munitie voorhanden te hebben, behoudens de uitzonderingen
in het volgend lid genoemd.
2 De bevoegdheid om een vuurwapen voorhanden te hebben, komt enkel toe:
1°. aan een publiekrechtelijk lichaam;
2°. aan hem, die het wapen voor een publiekrechtelijk lichaam onder zich heeft;
3°. aan hem, die ingevolge de «Wapenwet BES» het wapen bij zich mag hebben;
4°. aan schietverenigingen, met volledige rechtsbevoegdheid zolang de in artikel 2a van de Wapenwet BES bedoelde vergunning van kracht is, benevens aan de weerkorpsen, bedoeld in de Wet op de weerkorpsen BES;
5°. aan hem, die het wapen voorhanden heeft met algemene of bijzondere machtiging van
de betrokken gezaghebber. Aan de machtiging kunnen voorwaarden worden verbonden. Zij
wordt alleen verleend voor zover enig redelijk belang dat vordert en misbruik van
de machtiging of van het vuurwapen niet is te vrezen. Zij kan tot bepaalde tijden
en plaatsen worden beperkt.
3 De machtiging bedoeld onder 5° van het voorgaande lid, wordt schriftelijk aangevraagd.
De aanvrager verstrekt zo veel mogelijk de van hem gevraagde inlichtingen en bescheiden.
Binnen een maand wordt op de aanvraag schriftelijk beschikt. Indien de aanvraag geheel
of gedeeltelijk niet wordt ingewilligd, is de beschikking met redenen omkleed.
4 De gezaghebber is te allen tijde bevoegd elke verleende machtiging bij een met redenen
omklede beschikking te schorsen of in te trekken. Hij kan in dringende gevallen deze
beschikking bij voorraad uitvoerbaar verklaren.
5 Hij, die niet bevoegd is om een vuurwapen voorhanden te hebben, is eveneens niet bevoegd
om munitie voorhanden te hebben, tenzij hij ingevolge bestaande wettelijke regelingen
tot dit laatste gerechtigd is.
in het volgend lid genoemd.
2 De bevoegdheid om een vuurwapen voorhanden te hebben, komt enkel toe:
1°. aan een publiekrechtelijk lichaam;
2°. aan hem, die het wapen voor een publiekrechtelijk lichaam onder zich heeft;
3°. aan hem, die ingevolge de «Wapenwet BES» het wapen bij zich mag hebben;
4°. aan schietverenigingen, met volledige rechtsbevoegdheid zolang de in artikel 2a van de Wapenwet BES bedoelde vergunning van kracht is, benevens aan de weerkorpsen, bedoeld in de Wet op de weerkorpsen BES;
5°. aan hem, die het wapen voorhanden heeft met algemene of bijzondere machtiging van
de betrokken gezaghebber. Aan de machtiging kunnen voorwaarden worden verbonden. Zij
wordt alleen verleend voor zover enig redelijk belang dat vordert en misbruik van
de machtiging of van het vuurwapen niet is te vrezen. Zij kan tot bepaalde tijden
en plaatsen worden beperkt.
3 De machtiging bedoeld onder 5° van het voorgaande lid, wordt schriftelijk aangevraagd.
De aanvrager verstrekt zo veel mogelijk de van hem gevraagde inlichtingen en bescheiden.
Binnen een maand wordt op de aanvraag schriftelijk beschikt. Indien de aanvraag geheel
of gedeeltelijk niet wordt ingewilligd, is de beschikking met redenen omkleed.
4 De gezaghebber is te allen tijde bevoegd elke verleende machtiging bij een met redenen
omklede beschikking te schorsen of in te trekken. Hij kan in dringende gevallen deze
beschikking bij voorraad uitvoerbaar verklaren.
5 Hij, die niet bevoegd is om een vuurwapen voorhanden te hebben, is eveneens niet bevoegd
om munitie voorhanden te hebben, tenzij hij ingevolge bestaande wettelijke regelingen
tot dit laatste gerechtigd is.