BWBR0028142
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 99
Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
... 1 Een lid van de gezamenlijke rekenkamer is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman ; g. Rijksvertegenwoordiger; h. lid van een eilandsraad; i. gezaghebber; j. eilandgedeputeerde; k. lid van het kiescollege; l. gezamenlijke ombudsman of lid van de gezamenlijke ombudscommissie; m. lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 117 en 118 ; n. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een openbaar lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt; o. ambtenaar, door of vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op een openbaar lichaam; p. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het bestuur van een openbaar lichaam van advies dient. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel m, kan een lid van de gezamenlijke rekenkamer tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.