1. De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens omtrent ondernemingen worden in handen gesteld van de voorzitter; zij worden, behoudens aan personeelsleden van het secretariaat van het productschap, de diensten en personen als bedoeld in artikel 3 alsmede ten behoeve van de handhaving van het bepaalde in deze verordening, niet verder bekend gemaakt.
2. De in het eerste lid bedoelde diensten en personen zijn gehouden de op voet van het eerste lid verkregen gegevens vertrouwelijk te behandelen.
3. De voorzitter kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, besluiten tot bekendmaking van getotaliseerde gegevens omtrent groepen van ondernemingen, doch nimmer op zodanige wijze dat daaruit gegevens omtrent een bepaalde onderneming kunnen worden afgeleid.
4. Uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens omtrent ondernemingen worden aan andere dan de in het eerste lid genoemde personen en instanties slechts verstrekt voor zover zulks in overeenstemming is met de
artikelen 8 en
9 van de Wet bescherming persoonsgegevens.