BWBR0028070
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 36
Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie
Geen andere versie om mee te vergelijken 1 De president van het Hof is bevoegd een rechter die de waardigheid van zijn ambt, zijn ambtsbezigheden of ambtelijke verplichtingen verwaarloost of die zich schuldig maakt aan een overtreding als bedoeld in artikel 32, onder d , na hem in de gelegenheid te hebben gesteld mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen, de nodige schriftelijke waarschuwingen te geven. 2 Van het mondeling naar voren brengen van de zienswijze, bedoeld in het eerste lid wordt een proces-verbaal opgemaakt dat door de betrokken rechter en door de president, wordt ondertekend. Weigert de rechter het proces-verbaal te ondertekenen, dan wordt daarvan, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Aan de rechter wordt een afschrift van het proces-verbaal verstrekt.