Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. geleider: ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Regeling politiehonden die de diensthond op het woonadres van de geleider verzorgt;
b. diensthond: 1°. politiesurveillancehond als bedoeld in artikel 23, onder a, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
2°. AOT-hond als bedoeld in artikel 23, onder b, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
3°. politiespeurhond als bedoeld in artikel 23, onder c, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
1°. politiesurveillancehond als bedoeld in artikel 23, onder a, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
2°. AOT-hond als bedoeld in artikel 23, onder b, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
3°. politiespeurhond als bedoeld in artikel 23, onder c, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
c. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
a. geleider: ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Regeling politiehonden die de diensthond op het woonadres van de geleider verzorgt;
b. diensthond: 1°. politiesurveillancehond als bedoeld in artikel 23, onder a, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
2°. AOT-hond als bedoeld in artikel 23, onder b, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
3°. politiespeurhond als bedoeld in artikel 23, onder c, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
1°. politiesurveillancehond als bedoeld in artikel 23, onder a, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
2°. AOT-hond als bedoeld in artikel 23, onder b, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
3°. politiespeurhond als bedoeld in artikel 23, onder c, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;
c. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.