Artikel 1
1. Mandaat en machtiging worden verleend aan:
a. de commandant der strijdkrachten ten aanzien van: 1°. het verlenen van ontheffing of vrijstelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
2°. het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 27, derde en vijfde lid, onderdeel a, en artikel 29, tweede lid, onderdeel a, en derde lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3°. het doen van een voordracht en het geven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen;
1°. het verlenen van ontheffing of vrijstelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
2°. het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 27, derde en vijfde lid, onderdeel a, en artikel 29, tweede lid, onderdeel a, en derde lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3°. het doen van een voordracht en het geven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen;
b. de commandant van de explosieven opruimingsdienst defensie ten aanzien van het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, onderdeel b, en artikel 29, tweede lid, onderdeel b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
c. de senior adviseur militaire commissie gevaarlijke stoffen van de defensie materieel organisatie ten aanzien van: 1°. het namens de Minister van Defensie optreden als erkende instantie als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 2 van bijlage 3 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;
2°. het namens de Minister van Defensie optreden als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 3 van bijlage 4 van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.
1°. het namens de Minister van Defensie optreden als erkende instantie als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 2 van bijlage 3 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;
2°. het namens de Minister van Defensie optreden als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 3 van bijlage 4 van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de functionaris, bedoeld in het eerste lid, treedt een door die functionaris schriftelijk aangewezen plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.
3. De functionaris, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan de in het eerste lid, onder a bedoelde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk schriftelijk doormandateren aan de onder hem ressorterende souschef logistiek.
a. de commandant der strijdkrachten ten aanzien van: 1°. het verlenen van ontheffing of vrijstelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
2°. het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 27, derde en vijfde lid, onderdeel a, en artikel 29, tweede lid, onderdeel a, en derde lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3°. het doen van een voordracht en het geven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen;
1°. het verlenen van ontheffing of vrijstelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
2°. het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 27, derde en vijfde lid, onderdeel a, en artikel 29, tweede lid, onderdeel a, en derde lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3°. het doen van een voordracht en het geven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen;
b. de commandant van de explosieven opruimingsdienst defensie ten aanzien van het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, onderdeel b, en artikel 29, tweede lid, onderdeel b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
c. de senior adviseur militaire commissie gevaarlijke stoffen van de defensie materieel organisatie ten aanzien van: 1°. het namens de Minister van Defensie optreden als erkende instantie als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 2 van bijlage 3 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;
2°. het namens de Minister van Defensie optreden als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 3 van bijlage 4 van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.
1°. het namens de Minister van Defensie optreden als erkende instantie als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 2 van bijlage 3 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;
2°. het namens de Minister van Defensie optreden als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2 juncto artikel 3 van bijlage 4 van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de functionaris, bedoeld in het eerste lid, treedt een door die functionaris schriftelijk aangewezen plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.
3. De functionaris, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan de in het eerste lid, onder a bedoelde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk schriftelijk doormandateren aan de onder hem ressorterende souschef logistiek.