BWBR0027471
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 6.2
Regeling omgevingsrecht
1. In of bij de aanvraag om een vergunning voor het slopen van een bouwwerk als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de wet</a>maakt de aanvrager aannemelijk dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
2. Indien dat met toepassing van <a href="/wet/BWBR0004471/artikel/41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 41 van de Monumentenwet 1988</a>, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037521" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Erfgoedwet</a>, is verplicht door het bevoegd gezag verstrekt de aanvrager in of bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.
2. Indien dat met toepassing van <a href="/wet/BWBR0004471/artikel/41" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 41 van de Monumentenwet 1988</a>, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037521" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Erfgoedwet</a>, is verplicht door het bevoegd gezag verstrekt de aanvrager in of bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.