BWBR0027471
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 4.21
Regeling omgevingsrecht
Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/3.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.10, derde lid, van de wet</a>, vermeldt de vergunninghouder:
a. de vergunning of vergunningen krachtens welke de inrichting is opgericht dan wel in werking is;
b. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan;
c. gegevens waaruit blijkt van welke onderdelen en in welke mate van de onder a bedoelde vergunning of vergunningen en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften wordt afgeweken;
d. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen verandering te verwezenlijken;
e. gegevens waaruit blijkt dat: 1°. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;
2°. geen verplichting bestaat tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;
3°. het veranderen niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
1°. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;
2°. geen verplichting bestaat tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;
3°. het veranderen niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
a. de vergunning of vergunningen krachtens welke de inrichting is opgericht dan wel in werking is;
b. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan;
c. gegevens waaruit blijkt van welke onderdelen en in welke mate van de onder a bedoelde vergunning of vergunningen en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften wordt afgeweken;
d. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen verandering te verwezenlijken;
e. gegevens waaruit blijkt dat: 1°. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;
2°. geen verplichting bestaat tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;
3°. het veranderen niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
1°. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;
2°. geen verplichting bestaat tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;
3°. het veranderen niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.