BWBR0027464
Geldig vanaf 2017-04-21
Artikel 6.6
Besluit omgevingsrecht
1. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet</a>, wordt de omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de wet</a>wordt afgeweken van regels gesteld krachtens <a href="/wet/BWBR0020449/artikel/4.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.1, derde lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0020449/artikel/4.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening</a>, niet verleend dan nadat gedeputeerde staten hebben verklaard dat zij daartegen geen bedenkingen hebben, onderscheidenlijk Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat in overeenstemming met Onze Minister, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft.
2. De verklaring kan slechts worden verleend indien de betrokken activiteiten niet in strijd komen met de regels inzake afwijking die zijn opgenomen in de betrokken provinciale verordening of algemene maatregel van bestuur.
2. De verklaring kan slechts worden verleend indien de betrokken activiteiten niet in strijd komen met de regels inzake afwijking die zijn opgenomen in de betrokken provinciale verordening of algemene maatregel van bestuur.