BWBR0027464
Geldig vanaf 2017-04-21
Artikel 6.13
Besluit omgevingsrecht
1. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de beschikking op de aanvraag toe aan de personen of bestuursorganen, bedoeld in de artikelen 6.1, 6.3, 6.4en 6.12.
2. Met betrekking tot een aanvraag ten aanzien van een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, van de wet</a>, welke betrekking heeft op een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Monumentenwet 1988</a>, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037521" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Erfgoedwet</a>, zendt het bevoegd gezag gelijktijdig met de toezending aan de aanvrager een afschrift van de beschikking toe aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
3. Met betrekking tot een aanvraag ten aanzien van een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder f of h, van de wet</a>, zendt het bevoegd gezag gelijktijdig met de toezending aan de aanvrager een afschrift van de beschikking toe aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
4. Met betrekking tot een aanvraag ten aanzien van een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de wet</a>met betrekking tot een inrichting als bedoeld in bijlage I, onderdeel C, onder 3.6, onder a of b, zendt het bevoegd gezag langs elektronische weg gelijktijdig met de toezending aan de aanvrager een afschrift van de beschikking toe aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het afschrift wordt verzonden.
5. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op ambtshalve gegeven beschikkingen tot wijziging van een omgevingsvergunning of voorschriften van een omgevingsvergunning of tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, met dien verstande dat in het tweede tot en met vierde lid in plaats van «aanvrager» wordt gelezen «degenen tot wie de beschikking is gericht».
2. Met betrekking tot een aanvraag ten aanzien van een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, van de wet</a>, welke betrekking heeft op een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Monumentenwet 1988</a>, zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0037521" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Erfgoedwet</a>, zendt het bevoegd gezag gelijktijdig met de toezending aan de aanvrager een afschrift van de beschikking toe aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
3. Met betrekking tot een aanvraag ten aanzien van een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder f of h, van de wet</a>, zendt het bevoegd gezag gelijktijdig met de toezending aan de aanvrager een afschrift van de beschikking toe aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
4. Met betrekking tot een aanvraag ten aanzien van een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de wet</a>met betrekking tot een inrichting als bedoeld in bijlage I, onderdeel C, onder 3.6, onder a of b, zendt het bevoegd gezag langs elektronische weg gelijktijdig met de toezending aan de aanvrager een afschrift van de beschikking toe aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het afschrift wordt verzonden.
5. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op ambtshalve gegeven beschikkingen tot wijziging van een omgevingsvergunning of voorschriften van een omgevingsvergunning of tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, met dien verstande dat in het tweede tot en met vierde lid in plaats van «aanvrager» wordt gelezen «degenen tot wie de beschikking is gericht».