BWBR0027464
Geldig vanaf 2017-04-21
Artikel 5.12
Besluit omgevingsrecht
1. Aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de wet</a>, worden, indien het een inrichting betreft waarop tevens de in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.5 van de Wet milieubeheer</a>vervatte verboden betrekking hebben, geen voorschriften verbonden inhoudende een emissiegrenswaarde voor de directe emissie van broeikasgassen, tenzij zulks noodzakelijk is om te verzekeren dat geen significante gevolgen voor het milieu in de onmiddellijke omgeving van de inrichting worden veroorzaakt.
2. Voor zover aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in het eerste lid voorschriften zijn verbonden als in dat lid bedoeld, vervallen die voorschriften.
2. Voor zover aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in het eerste lid voorschriften zijn verbonden als in dat lid bedoeld, vervallen die voorschriften.