1. Aan de manager wordt machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden, waaronder begrepen het ondertekenen van stukken in het kader van bezwaarprocedures, het ondertekenen van verweerschriften in bezwaar- en beroepsprocedures, het instellen van bezwaar bij uitvoeringsorganisaties, het instellen van (hoger) beroep bij gerechtelijke instanties, het vertegenwoordigen van de Minister van Economische Zaken bij behandeling van een geschil ter zitting, het verdagen van de beslistermijn in bezwaarzaken als bedoeld in
artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede het doen van mededelingen als bedoeld in
artikel 4:14, eerste lid,
artikel 4:15, derde en vierde lid, en
artikel 7:10, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Aan de manager wordt machtiging verleend om bij de behandeling van een geschil inzake personeelsaangelegenheden één of meer andere personen als medegemachtigde te introduceren.
3. De manager kan voor aangelegenheden als bedoeld in het eerste en tweede lid machtiging verlenen aan medewerkers van zijn dienst.