1. De bij deze wet gewijzigde artikelen van de
Wet op de accijnszoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing voor zover zij betrekking hebben op:
a. de heffing van accijns waarvan de feiten die aanleiding geven tot het ontstaan van de verschuldigdheid van die accijns zich hebben voorgedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van deze wet;
b. strafbare feiten en feiten die aanleiding kunnen zijn tot het opleggen van een bestuurlijke boete welke zich hebben voorgedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van deze wet.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de uitvoering van de overgang naar het gebruik van het elektronisch administratief document en de daarmee verband houdende procedures.