Artikel 1
1. Er is een Commissie van Bezwaar voor het Europafonds.
2. De commissie adviseert over de beslissing op bezwaarschriften tegen besluiten van de staatssecretaris voor Europese Zaken inzake subsidieverlening op grond van de artikelen 9.3en 9.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006in het kader van het Europafonds.
3. De Secretaris-Generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken benoemt namens de staatssecretaris de leden van de commissie, daaronder begrepen de voorzitter en diens plaatsvervanger. De voorzitter en diens plaatsvervanger zijn niet werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Zij voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechtelijk ambtenaar, bedoeld in artikel 1d van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
4. De Secretaris-Generaal benoemt ten minste twee gewone leden en twee plaatsvervangende gewone leden uit de ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
2. De commissie adviseert over de beslissing op bezwaarschriften tegen besluiten van de staatssecretaris voor Europese Zaken inzake subsidieverlening op grond van de artikelen 9.3en 9.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006in het kader van het Europafonds.
3. De Secretaris-Generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken benoemt namens de staatssecretaris de leden van de commissie, daaronder begrepen de voorzitter en diens plaatsvervanger. De voorzitter en diens plaatsvervanger zijn niet werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Zij voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechtelijk ambtenaar, bedoeld in artikel 1d van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
4. De Secretaris-Generaal benoemt ten minste twee gewone leden en twee plaatsvervangende gewone leden uit de ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken.