Artikel 1
Aan de algemeen directeur van Dienst Uitvoering wordt mandaat verleend tot:
a. het nemen van besluiten in het kader van de uitvoering van de in bijlage 1 opgenomen subsidieprogramma’s;
b. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen;
c. het voeren van verweer in beroepszaken.
a. het nemen van besluiten in het kader van de uitvoering van de in bijlage 1 opgenomen subsidieprogramma’s;
b. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen;
c. het voeren van verweer in beroepszaken.