De commissie heeft tot taak:
a. De provincies Zeeland en Groningen te adviseren over oplossingen voor de bevolkingsdalingsproblematiek aldaar;
b. de oorzaken en de gevolgen van de bevolkingsdaling aldaar in kaart te brengen;
c. de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te adviseren over welke beleidsinstrumenten bij het oplossen van de bevolkingsdalingsproblematiek, bedoeld onder a, kunnen worden ingezet.
1. De commissie streeft er naar haar advies voor 1 oktober 2009 uit te brengen aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en aan de provincies Zeeland en Groningen.
2. Na het uitbrengen van het advies is de commissie opgeheven.
De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2009. Dit besluit vervalt met ingang van 1 oktober 2009.