1. Als de zones en agglomeraties, bedoeld in voorschrift 4.2, onder a, van
bijlage 2 van de wet, worden aangewezen de krachtens
artikel 5.22, eerste lid, van de wet, aangewezen zone midden en de agglomeraties Amsterdam/Haarlem, Rotterdam/Dordrecht en Utrecht.
2. Als de zones en agglomeraties, bedoeld in voorschrift 4.2, onder b, van
bijlage 2 van de wet, worden aangewezen de krachtens
artikel 5.22, eerste lid, van de wet, aangewezen zones en agglomeraties.