1. De zorgverzekeraars verrichten meldingen als bedoeld in
artikel 18c van de Zorgverzekeringswet volgens een door het Zorginstituut vast te stellen schema.
2. Indien een zorgverzekeraar ten aanzien waarvan het Zorginstituut eerder heeft vastgesteld dat deze in staat is aan het gestelde bij de
artikelen 18a,
18b en
18c van de Zorgverzekeringswet en ten aanzien waarvan derhalve
artikel 3.23, tweede lid, gold, desondanks niet in staat blijkt de meldingen, bedoeld in
artikel 18c, volgens het door het Zorginstituut vast te stellen schema te verrichten, wordt de bijdrage, bedoeld in
artikel 3.23, in afwijking van het tweede lid van dat artikel, totdat
artikel 6.5.4 van toepassing wordt, vastgesteld op het bedrag, bedoeld in
artikel 3.23, eerste lid.
3. Indien een zorgverzekeraar ter zake van een zorgverzekering recht heeft op een bijdrage als bedoeld in
artikel 3.24 van het Besluit zorgverzekering en
artikel 3.23 van deze regeling, vervalt dat recht met ingang van de dag waarop de periode aanvangt waarover voor dezelfde zorgverzekering een bijdrage als bedoeld in
artikel 6.5.4, eerste lid, wordt toegekend.
4. Geen recht op bijdragen als bedoeld in
artikel 3.24 van het Besluit zorgverzekering en
artikel 3.23 van deze regeling bestaat over perioden vanaf 1 oktober 2010.