Artikel 1
1. De Minister van Economische Zaken, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister en Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en het NWO Gebiedsbestuur Aard- en Levenswetenschappen, respectievelijk het NWO Gebiedsbestuur Exacte Wetenschappen namens het Algemeen Bestuur van NWO verlenen, ieder voor zich, aan de directeur NSO mandaat, volmacht en machtiging voor de aangelegenheden bedoeld in de bijlagevan dit besluit.
2. De directeur NSO kan voor de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
3. De uit dit besluit voor de directeur NSO voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een opdrachtmanager van de directie NSO, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
2. De directeur NSO kan voor de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
3. De uit dit besluit voor de directeur NSO voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een opdrachtmanager van de directie NSO, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.