BWBR0026045
Geldig vanaf 2009-07-01
Artikel 2.21
Patentreglement Rijn
1. De bevoegde autoriteit, zoals deze in artikel 2.19, derde lidwordt gedefinieerd, geeft op vertoon van de medische verklaring, en op basis daarvan, de houder van een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs vanaf de leeftijd van 50 jaar een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid conform het model van de bijlage B3.
2. Blijkt uit de medische verklaring slechts een beperkte lichamelijke en geestelijke geschiktheid, dan vult de bevoegde autoriteit op het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid de aanvullende voorwaarden dan wel de geldigheid van het als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs op de Rijn in.
3. Het als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de houder meer dan 50 jaar is, is op de Rijn alleen geldig, als deze in het bezit is van een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid conform het model van de bijlage B3.
2. Blijkt uit de medische verklaring slechts een beperkte lichamelijke en geestelijke geschiktheid, dan vult de bevoegde autoriteit op het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid de aanvullende voorwaarden dan wel de geldigheid van het als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs op de Rijn in.
3. Het als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de houder meer dan 50 jaar is, is op de Rijn alleen geldig, als deze in het bezit is van een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid conform het model van de bijlage B3.