Het maximum van het verschuldigde bedrag voor het van rijkswege verstrekte genot van:
a. verwarming van de woning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub b, van het besluit, wordt gesteld op € 123,16;
b. energie voor kookdoeleinden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub c, van het besluit wordt gesteld op € 39,82;
c. elektrische energie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub d, van het besluit, wordt gesteld op € 27,05;
d. leidingwater, bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub e, van het besluit, wordt gesteld op € 15,58.