BWBR0025973
Geldig vanaf 2016-12-13
Artikel 2.20
Reglement onderzoek schepen op de Rijn
1. Wanneer in de bepalingen van <a href="/wet/BWBR0041395" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">ES-TRIN</a>wordt bepaald dat op een vaartuig bepaalde materialen, inrichtingen of uitrustingsstukken moeten worden gebruikt of aan boord moeten zijn, of dat bepaalde bouwkundige maatregelen moeten worden getroffen of bepaalde opstellingen moeten worden aangehouden, kan de Commissie van deskundigen de toepassing of de aanwezigheid aan boord van dit vaartuig van andere materialen, inrichtingen of uitrustingsstukken toestaan, dan wel dat andere bouwkundige maatregelen worden getroffen of dat andere opstellingen worden aangehouden, mits deze op grond van aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart als gelijkwaardig zijn erkend.
2. Indien de toepassing:
a) van de in hoofdstuk 19 van ES-TRIN genoemde bepalingen, die te maken hebben met het rekening houden met de bijzondere veiligheidsbehoeften van personen met beperkte mobiliteit, of
b) van de in hoofdstuk 32 van ES-TRIN genoemde bepalingen na afloop van de overgangsbepalingen in de praktijk moeilijk uitvoerbaar is of onevenredig hoge kosten met zich brengt, kan de Commissie van deskundigen op grond van aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart afwijkingen van deze voorschriften toestaan. Deze afwijkingen moeten in het certificaat van onderzoek worden aangetekend.
3. Bij wijze van proef en voor een beperkte tijdsduur kan een Commissie van deskundigen op grond van een aanbeveling van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor een vaartuig met nieuwe technische voorzieningen die afwijken van de technische voorschriften van <a href="/wet/BWBR0041395" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">ES-TRIN</a>een certificaat van onderzoek afgeven, voor zover deze nieuwe voorzieningen een voldoende veiligheid bieden.
4. De bevoegde autoriteiten informeren het secretariaat van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart binnen één maand over de afgifte van een gelijkwaardigheid en afwijking.
5. De in het eerste lid tot derde lid en zesde lid genoemde gelijkwaardigheden en afwijkingen dienen in het certificaat van onderzoek te worden aangetekend.
6. Op vaartuigen die worden omgebouwd tot schepen met een lengte van meer dan 110m mag de Commissie van deskundigen <a href="/wet/BWBR0041395" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 32 van ES-TRIN</a>slechts toepassen op grond van bijzondere aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.
2. Indien de toepassing:
a) van de in hoofdstuk 19 van ES-TRIN genoemde bepalingen, die te maken hebben met het rekening houden met de bijzondere veiligheidsbehoeften van personen met beperkte mobiliteit, of
b) van de in hoofdstuk 32 van ES-TRIN genoemde bepalingen na afloop van de overgangsbepalingen in de praktijk moeilijk uitvoerbaar is of onevenredig hoge kosten met zich brengt, kan de Commissie van deskundigen op grond van aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart afwijkingen van deze voorschriften toestaan. Deze afwijkingen moeten in het certificaat van onderzoek worden aangetekend.
3. Bij wijze van proef en voor een beperkte tijdsduur kan een Commissie van deskundigen op grond van een aanbeveling van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor een vaartuig met nieuwe technische voorzieningen die afwijken van de technische voorschriften van <a href="/wet/BWBR0041395" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">ES-TRIN</a>een certificaat van onderzoek afgeven, voor zover deze nieuwe voorzieningen een voldoende veiligheid bieden.
4. De bevoegde autoriteiten informeren het secretariaat van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart binnen één maand over de afgifte van een gelijkwaardigheid en afwijking.
5. De in het eerste lid tot derde lid en zesde lid genoemde gelijkwaardigheden en afwijkingen dienen in het certificaat van onderzoek te worden aangetekend.
6. Op vaartuigen die worden omgebouwd tot schepen met een lengte van meer dan 110m mag de Commissie van deskundigen <a href="/wet/BWBR0041395" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 32 van ES-TRIN</a>slechts toepassen op grond van bijzondere aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.