1. In geval van een rechtstreekse verzending door de deurwaarder aan degene voor wie het stuk bestemd is, overeenkomstig artikel 14 van de verordening (EG) nr. 1348/2000van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (PbEG L 160/37) of artikel 14 van de verordening (EG) nr. 1393/2007van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken («de betekening en de kennisgeving van stukken»), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000(PbEU L 324/79), waarbij de handelingen voor die verzending zijn verricht voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, is
artikel 56 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.
2. Op betekening van een dagvaarding aan het kantoor van de advocaat of deurwaarder bij wie degene voor wie de dagvaarding is bestemd, laatstelijk woonplaats heeft gekozen, overeenkomstig
artikel 63, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingop een datum gelegen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft
artikel 56, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.