1. Scholen die op basis van een of meerdere vestigingen in aanmerking komen voor de compensatie, zoals bedoeld in artikel 3, komen op vestigingsniveau in aanmerking voor aanvullende compensatie indien op vestigingsniveau C+E+F kleiner is dan A+G–H waarbij:
A = het schoolgewicht van de vestiging op 1 oktober 2005 en voor scholen die per 1 augustus 2006 dan wel 1 augustus 2007 voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht het schoolgewicht op 1 oktober 2006 respectievelijk 1 oktober 2007;
C = het schoolgewicht van de vestiging op 1 oktober 2008 vermeerderd met de tot schoolgewicht omgerekende middelen die zullen worden toegekend op grond van artikel 28a van het besluit wanneer Stb. 2009, 57 inwerking treedt;
E = de compensatiehoeveelheid op basis van de vestiging zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid;
F= de tot eenheid schoolgewicht omgerekende middelen van de vestiging die zijn toegekend op grond van artikel 9, vierde lid, van de ministeriële regeling op grond van artikel 120 van de wet waarbij de personele bekostiging voor het schooljaar 2009–2010 wordt vastgesteld en op basis van het aantal leerlingen en het schoolgewicht van de vestiging worden toegerekend aan de vestiging;
G = de tot schoolgewicht omgerekende middelen van de vestiging die zijn toegekend op grond artikel 9, derde lid, van de ministeriële regeling op grond van artikel 120 van de wet waarbij de personele bekostiging voor het schooljaar 2006–2007 wordt vastgesteld en op basis van het aantal leerlingen en het schoolgewicht van de vestiging worden toegerekend aan de vestiging;
H = een drempel per vestiging uitgedrukt in schoolgewicht die bekend wordt gemaakt bij de ministeriële regeling op grond van artikel 120 van de wet waarbij de personele bekostiging voor het schooljaar 2009–2010 wordt vastgesteld.
2. De omrekening onder C, F en G geschiedt door de daar bedoelde middelen te delen door een bedrag dat wordt bekend gemaakt bij de
ministeriële regeling op grond van artikel 120 van de wetwaarbij de personele bekostiging voor het schooljaar 2009–2010 wordt vastgesteld en wordt afgerond op een geheel getal.
3. De aanvullende compensatie bedraagt G-F+E-H rekenkundig afgerond op een geheel getal vermenigvuldigd met het bedrag dat wordt bekend gemaakt bij de
ministeriële regeling op grond van artikel 120 van de wetwaarbij de personele bekostiging voor het schooljaar 2009–2010 wordt vastgesteld.