De gevallen, bedoeld in
artikel 16, eerste lid, van de wet, zijn:
a. het afbreken van een beschermd monument of een deel daarvan voor zover van ingrijpende aard,
b. het ingrijpend wijzigen van een beschermd monument of een belangrijk deel daarvan, voor zover de gevolgen voor de waarde van het beschermde monument vergelijkbaar zijn met de gevolgen van het geval, bedoeld in onderdeel a,
c. het reconstrueren van een beschermd monument of een belangrijk deel daarvan, waarbij de staat van het monument wordt teruggebracht naar een eerdere staat of een veronderstelde eerdere staat van dat monument, en
d. het geven van een nieuwe bestemming aan een beschermd monument of een belangrijk deel daarvan.