BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 8.4
Mediawet 2008
1. Het Stimuleringsfonds heeft een bestuur dat bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden.
2. Een benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
3. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>gebeurt benoeming door Onze Minister van de leden van het bestuur op de voordracht van het bestuur en met inachtneming van het vierde tot en met negende lid.
4. Bij een vacature draagt het bestuur zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het derde lid.
5. Het bestuur stelt profielschetsen op voor de vacature en voor het bestuur als geheel.
6. De profielschetsen behoeven de instemming van Onze Minister.
7. Het bestuur maakt de profielschetsen na de instemming openbaar.
8. De voordracht van het bestuur aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht.
9. Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met:
a. deze wet;
b. eisen van zorgvuldigheid;
c. andere zwaarwegende belangen; of
d. een redelijke verwachting dat de voorgedragen kandidaat geschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van lid van het bestuur en het bestuur bij benoeming overeenkomstig de voordracht naar behoren zal zijn samengesteld.
2. Een benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
3. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>gebeurt benoeming door Onze Minister van de leden van het bestuur op de voordracht van het bestuur en met inachtneming van het vierde tot en met negende lid.
4. Bij een vacature draagt het bestuur zorg voor de procedure die leidt tot de voordracht, bedoeld in het derde lid.
5. Het bestuur stelt profielschetsen op voor de vacature en voor het bestuur als geheel.
6. De profielschetsen behoeven de instemming van Onze Minister.
7. Het bestuur maakt de profielschetsen na de instemming openbaar.
8. De voordracht van het bestuur aan Onze Minister is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot de voordracht.
9. Onze Minister neemt de voordracht over, tenzij deze in strijd is met:
a. deze wet;
b. eisen van zorgvuldigheid;
c. andere zwaarwegende belangen; of
d. een redelijke verwachting dat de voorgedragen kandidaat geschikt zal zijn voor de vervulling van de taak van lid van het bestuur en het bestuur bij benoeming overeenkomstig de voordracht naar behoren zal zijn samengesteld.