BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 4.2
Mediawet 2008
1. Onze Minister kan een organisatie erkennen die voorziet in regelingen omtrent classificatie en het verspreiden van aanbod als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, en het toezicht daarop.
2. De regelingen hebben in ieder geval betrekking op:
a. criteria voor de classificatie van aanbod, waaronder in ieder geval de mate waarin: 1°. angst wordt opgewekt;
2°. brutaliserend geweld wordt vertoond of gerechtvaardigd;
3°. het gebruik van drugs aantrekkelijk wordt voorgesteld of vergoelijkt;
4°. sprake is van pornografie; en
5°. op andere gronden volgens algemeen geldende opvattingen producten niet geschikt zijn voor vertoning aan bepaalde categorieën personen jonger dan zestien jaar;
1°. angst wordt opgewekt;
2°. brutaliserend geweld wordt vertoond of gerechtvaardigd;
3°. het gebruik van drugs aantrekkelijk wordt voorgesteld of vergoelijkt;
4°. sprake is van pornografie; en
5°. op andere gronden volgens algemeen geldende opvattingen producten niet geschikt zijn voor vertoning aan bepaalde categorieën personen jonger dan zestien jaar;
b. de tijdstippen van verspreiding van het hiervoor bedoelde aanbod op een programmakanaal; en
c. de wijze waarop de verspreiding van dit aanbod wordt voorafgegaan door of is voorzien van symbolen of waarschuwingen.
2. De regelingen hebben in ieder geval betrekking op:
a. criteria voor de classificatie van aanbod, waaronder in ieder geval de mate waarin: 1°. angst wordt opgewekt;
2°. brutaliserend geweld wordt vertoond of gerechtvaardigd;
3°. het gebruik van drugs aantrekkelijk wordt voorgesteld of vergoelijkt;
4°. sprake is van pornografie; en
5°. op andere gronden volgens algemeen geldende opvattingen producten niet geschikt zijn voor vertoning aan bepaalde categorieën personen jonger dan zestien jaar;
1°. angst wordt opgewekt;
2°. brutaliserend geweld wordt vertoond of gerechtvaardigd;
3°. het gebruik van drugs aantrekkelijk wordt voorgesteld of vergoelijkt;
4°. sprake is van pornografie; en
5°. op andere gronden volgens algemeen geldende opvattingen producten niet geschikt zijn voor vertoning aan bepaalde categorieën personen jonger dan zestien jaar;
b. de tijdstippen van verspreiding van het hiervoor bedoelde aanbod op een programmakanaal; en
c. de wijze waarop de verspreiding van dit aanbod wordt voorafgegaan door of is voorzien van symbolen of waarschuwingen.