BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 2.60m
Mediawet 2008
1. De RPO maakt het concessiebeleidsplan RPO openbaar.
2. Over het concessiebeleidsplan RPO vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. Bij toepassing van het vierde lid wordt het advies gevraagd na afloop van de termijn, genoemd in dat lid, onder a.
3. Het concessiebeleidsplan RPO behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c, waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0009950" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Telecommunicatiewet</a>.
4. Voor zover de instemming, bedoeld in het derde lid, betrekking heeft op een nieuw of significant gewijzigd aanbodkanaal:
a. kunnen belanghebbenden gedurende vier weken na openbaarmaking van het concessiebeleidsplan mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen bij Onze Minister; en
b. kan Onze Minister de Autoriteit Consument en Markt na afloop van de termijn, genoemd onder a, verzoeken een rapportage uit te brengen met een analyse van de mogelijke effecten van het aanbodkanaal op de daarvoor relevante markten.
5. Bij toepassing van het vierde lid maken het Commissariaat, de Raad voor cultuur en de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van hun adviezen dan wel rapportage gebruik van de zienswijzen, bedoeld in dat lid, onder a. Onze Minister doet die zienswijzen aan hen toekomen.
6. Het Commissariaat kan de Autoriteit Consument en Markt de gegevens verstrekken die noodzakelijk zijn voor de analyse, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder b.
7. Op de voorbereiding van een besluit over instemming als bedoeld in het vierde lid is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing.
8. Als de RPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan RPO, dan neemt zij die op in de begroting. Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Over het concessiebeleidsplan RPO vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. Bij toepassing van het vierde lid wordt het advies gevraagd na afloop van de termijn, genoemd in dat lid, onder a.
3. Het concessiebeleidsplan RPO behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c, waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0009950" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Telecommunicatiewet</a>.
4. Voor zover de instemming, bedoeld in het derde lid, betrekking heeft op een nieuw of significant gewijzigd aanbodkanaal:
a. kunnen belanghebbenden gedurende vier weken na openbaarmaking van het concessiebeleidsplan mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen bij Onze Minister; en
b. kan Onze Minister de Autoriteit Consument en Markt na afloop van de termijn, genoemd onder a, verzoeken een rapportage uit te brengen met een analyse van de mogelijke effecten van het aanbodkanaal op de daarvoor relevante markten.
5. Bij toepassing van het vierde lid maken het Commissariaat, de Raad voor cultuur en de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van hun adviezen dan wel rapportage gebruik van de zienswijzen, bedoeld in dat lid, onder a. Onze Minister doet die zienswijzen aan hen toekomen.
6. Het Commissariaat kan de Autoriteit Consument en Markt de gegevens verstrekken die noodzakelijk zijn voor de analyse, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder b.
7. Op de voorbereiding van een besluit over instemming als bedoeld in het vierde lid is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing.
8. Als de RPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan RPO, dan neemt zij die op in de begroting. Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.