BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 2.6
Mediawet 2008
1. Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met:
a. het lidmaatschap van het college van omroepen;
b. het lidmaatschap van de raad van bestuur;
c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een publieke media-instelling;
d. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;
e. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;
f. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister;
g. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn; en
h. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is.
2. Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:
a. ongeschiktheid;
b. disfunctioneren; en
c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.
3. Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
4. De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NPO een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.
a. het lidmaatschap van het college van omroepen;
b. het lidmaatschap van de raad van bestuur;
c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een publieke media-instelling;
d. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;
e. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;
f. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister;
g. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn; en
h. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is.
2. Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:
a. ongeschiktheid;
b. disfunctioneren; en
c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.
3. Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
4. De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NPO een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.