BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 2.29
Mediawet 2008
1. Een erkenning of een voorlopige erkenning wordt op aanvraag verleend en geldt voor een periode van vijf jaar die samenvalt met een vijfjaarlijkse periode van de concessie als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, en vervalt van rechtswege na afloop van de erkenningperiode.
2. Een erkenning kan alleen overgaan met toestemming van Onze Minister op aanvraag van de omroeporganisatie waaraan deze is verleend, en alleen aan een omroeporganisatie die door fusie is gevormd overeenkomstig artikel 2.25, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, 3° of 4°. Aan een toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Artikel 2.32, eerste lid, wat betreft de artikelen 2.24en 2.24a, en tweede lid, onderdelen a en c, is van overeenkomstige toepassing.
3. Een erkenning of voorlopige erkenning geeft aanspraak op een financiële bijdrage voor de verzorging van media-aanbod volgens het bepaalde bij of krachtens deze wet.
4. Door overgang van een erkenning treedt de verkrijgende omroeporganisatie in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van haar rechtsvoorganger.
2. Een erkenning kan alleen overgaan met toestemming van Onze Minister op aanvraag van de omroeporganisatie waaraan deze is verleend, en alleen aan een omroeporganisatie die door fusie is gevormd overeenkomstig artikel 2.25, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, 3° of 4°. Aan een toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Artikel 2.32, eerste lid, wat betreft de artikelen 2.24en 2.24a, en tweede lid, onderdelen a en c, is van overeenkomstige toepassing.
3. Een erkenning of voorlopige erkenning geeft aanspraak op een financiële bijdrage voor de verzorging van media-aanbod volgens het bepaalde bij of krachtens deze wet.
4. Door overgang van een erkenning treedt de verkrijgende omroeporganisatie in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van haar rechtsvoorganger.