BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 2.169a
Mediawet 2008
1. De RPO dient jaarlijks vóór 15 september een begroting voor de regionale publieke mediadienst in bij Onze Minister en het Commissariaat.
2. De begroting bevat in elk geval:
a. een beschrijving van de wijze waarop door de RPO en de regionale publieke media-instellingen invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen, met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
b. een overzicht van aard en aantal van de aanbodkanalen;
c. de financiële middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens met betrekking tot de regionale publieke mediadienst te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar;
d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; en
e. een beschrijving van de samenwerking met de landelijke en lokale publieke media-instellingen en anderen.
3. De financiële middelen worden als volgt onderverdeeld:
a. de eigen inkomsten van de regionale publieke media-instellingen, die gebruikt moeten worden voor de verzorging van het media-aanbod; en
b. de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de RPO.
2. De begroting bevat in elk geval:
a. een beschrijving van de wijze waarop door de RPO en de regionale publieke media-instellingen invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen, met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
b. een overzicht van aard en aantal van de aanbodkanalen;
c. de financiële middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens met betrekking tot de regionale publieke mediadienst te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar;
d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; en
e. een beschrijving van de samenwerking met de landelijke en lokale publieke media-instellingen en anderen.
3. De financiële middelen worden als volgt onderverdeeld:
a. de eigen inkomsten van de regionale publieke media-instellingen, die gebruikt moeten worden voor de verzorging van het media-aanbod; en
b. de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de RPO.