BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 2.149
Mediawet 2008
1. Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december met inachtneming van artikel 2.148ade budgetten van de landelijke publieke mediadienst voor het komende jaar vast voor:
a. de verzorging van het media-aanbod van de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, gezamenlijk;
b. de verzorging van het media-aanbod van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen, gezamenlijk;
c. de verzorging van het media-aanbod van de NOS;
d. de verzorging van het media-aanbod van de NTR;
e. de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de NPO; en
f. de versterking van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst.
2. Onze Minister stelt de budgetten vast op tachtig procent van de overeenkomstige budgetten van het voorgaande jaar als de NPO de begroting niet volgens de daarvoor geldende regels heeft ingediend.
a. de verzorging van het media-aanbod van de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, hebben verkregen, gezamenlijk;
b. de verzorging van het media-aanbod van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen, gezamenlijk;
c. de verzorging van het media-aanbod van de NOS;
d. de verzorging van het media-aanbod van de NTR;
e. de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de NPO; en
f. de versterking van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst.
2. Onze Minister stelt de budgetten vast op tachtig procent van de overeenkomstige budgetten van het voorgaande jaar als de NPO de begroting niet volgens de daarvoor geldende regels heeft ingediend.