BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 2.147
Mediawet 2008
1. De NPO dient jaarlijks vóór 15 september een begroting voor de landelijke publieke mediadienst in bij Onze Minister en het Commissariaat.
2. De begroting bevat in elk geval:
a. een beschrijving van de wijze waarop door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen, met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
b. een overzicht van aard en aantal van de aanbodkanalen;
c. de financiële middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens met betrekking tot de landelijke publieke mediadienst te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar;
d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; en
e. een beschrijving van de samenwerking met de regionale en lokale publieke media-instellingen en anderen.
3. De financiële middelen worden als volgt onderverdeeld:
a. de financiële middelen voor de verzorging van het media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen;
b. de eigen inkomsten van de omroeporganisaties, de NOS en de NTR, die gebruikt moeten worden voor de verzorging van het media-aanbod;
c. de financiële middelen voor het verspreiden van het media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen; en
d. de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de NPO.
2. De begroting bevat in elk geval:
a. een beschrijving van de wijze waarop door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen, met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
b. een overzicht van aard en aantal van de aanbodkanalen;
c. de financiële middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens met betrekking tot de landelijke publieke mediadienst te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar;
d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; en
e. een beschrijving van de samenwerking met de regionale en lokale publieke media-instellingen en anderen.
3. De financiële middelen worden als volgt onderverdeeld:
a. de financiële middelen voor de verzorging van het media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen;
b. de eigen inkomsten van de omroeporganisaties, de NOS en de NTR, die gebruikt moeten worden voor de verzorging van het media-aanbod;
c. de financiële middelen voor het verspreiden van het media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen; en
d. de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de NPO.