BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 2.146
Mediawet 2008
De rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster dienen ter bestrijding van de kosten verbonden aan:
a. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau volgens afdeling 2.6.2;
b. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau volgens afdeling 2.6.5;
c. het Europese media-aanbod, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e;
d. het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in artikel 8.1;
e. de Raad voor cultuur, voor zover samenhangend met de advisering over radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie, tot een door Onze Minister te bepalen bedrag;
f. het Commissariaat;
g. door Onze Minister bekostigd onderzoek in het belang van de massacommunicatie;
h. vervallen;
i. vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren;
j. vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief;
k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
l. het door Onze Minister aangewezen overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen; en
m. bijdragen voor de verzorging van media-aanbod van regionale en lokale publieke mediadiensten dat gericht is op minderheden.
a. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau volgens afdeling 2.6.2;
b. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau volgens afdeling 2.6.5;
c. het Europese media-aanbod, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e;
d. het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in artikel 8.1;
e. de Raad voor cultuur, voor zover samenhangend met de advisering over radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie, tot een door Onze Minister te bepalen bedrag;
f. het Commissariaat;
g. door Onze Minister bekostigd onderzoek in het belang van de massacommunicatie;
h. vervallen;
i. vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren;
j. vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief;
k. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
l. het door Onze Minister aangewezen overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen; en
m. bijdragen voor de verzorging van media-aanbod van regionale en lokale publieke mediadiensten dat gericht is op minderheden.